Tag Archives: bursalenstelsel

PNN: laat potentiele promotiestudent zelf kiezen

Dit bericht, gepubliceerd op 2 december 2013, is overgenomen van de website van PNN. Click here for an English version.

Sinds de aankondiging van Minister Bussemaker in januari 2013 dat er op beperkte schaal geëxperimenteerd zou worden met promotiestudenten is er veel onduidelijk gebleven over hoe dit experiment eruit zal gaan zien, wat de omvang zal zijn en hoe lang het zal duren. Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) heeft daarom een overzicht gemaakt met daarin een uitgebreide weergave van recente ontwikkelingen, de huidige stand van zaken en het standpunt van het PNN aangaande het geplande experiment.

In het verleden heeft het PNN zich keer op keer sterk gemaakt voor het behouden van de werknemersstatus van promovendi. Het PNN heeft haar bedenkingen over het invoeren van promotiestudenten kenbaar gemaakt in bijvoorbeeld het Charter bursalen (2006) en het position paper Bursalen en afwijkende aanstellingsvormen (2010).

—-
Van hetpnn.nl
—-logo PNN—-
Het Promovendi Netwerk Nederland is de landelijke belangenorganisatie voor en door promovendi.————————————

Enkele nadelen die het PNN noemt zijn: de wetenschappelijke output zal afnemen door een dalende promotiebereidheid, het risico bestaat dat door het vergrote aantal promovendi de begeleiding zal verslechteren en bursalen die geen onderwijs mogen geven hebben slechtere carrièreperspectieven.

De Actiegroep Promotiestudent uit Leiden heeft op 30 september 2013 een petitie gelanceerd tegen het experiment. Omdat de Actiegroep Promotiestudent een aanzienlijke groep promovendi vertegenwoordigt en omdat het PNN de zorgen van de actiegroep deelt, steunt het PNN hun petitie. Op het moment van schrijven is de petitie meer dan 2.000 keer ondertekend.

De stand van zaken

De Colleges van Bestuur van de universiteiten hebben een verzoek ontvangen van de VSNU met de vraag of zij eventueel aan het experiment mee zouden willen doen en zo ja, met hoeveel promovendi per universiteit. Daarnaast werd hen gevraagd of ze een plan in wilden sturen voor de inrichting van het experiment.

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap werkt nu aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die het experiment wettelijk mogelijk zal maken en waarin wordt opgenomen hoe het experiment zal worden vormgegeven en hoe de deelname door universiteiten wordt geregeld. De AMvB zal bij de Eerste en Tweede Kamer worden voorgehangen. Het experiment zal van start gaan zodra de AMvB van kracht is en duidelijk is hoe het experiment wordt vormgegeven en welke universiteiten mee kunnen doen.

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap spreekt over een experiment met promotiestudenten op beperkte schaal. Het experiment zal vijf of zes jaar duren. Universiteiten mogen zelf input leveren over hoe zij vorm willen geven aan het experiment. Door verschillende kleine deelexperimenten te starten hoopt de VSNU de zorgen van de Raad van State weg te kunnen nemen.

Standpunt PNN

Het PNN ziet significante nadelen in het mogelijk maken van een aanstelling als promotiestudent, maar is niet categorisch tegen een experiment. Het kan zinvol zijn om zorgvuldig te onderzoeken of het toevoegen van een status als promotiestudent inderdaad voordelen oplevert die opwegen tegen de negatieve neveneffecten. Het PNN maakt zich zorgen over de mogelijke verdringing van werknemerspromovendi door promotiestudenten en over het gebrek aan de mogelijkheid voor promotiestudenten om onderwijservaring op te kunnen doen.

Daarnaast zijn er aspecten van het experiment zelf waar het PNN aanbevelingen over heeft. Een experiment kan alleen een echt experiment zijn indien er duidelijke vooraf vastgestelde doelen en succescriteria worden geformuleerd. Zonder heldere doelen en succescriteria ontstaat een situatie waarin op arbitraire wijze bepaald kan worden of het experiment geslaagd is. Het PNN raadt aan na twee jaar tussentijds te evalueren, omdat dan hoogstwaarschijnlijk al veel praktische problemen aan het licht zijn gekomen.

Samenvattend pleit het PNN ervoor dat:

  • promovendi voor elke promotieplaats die voor het experiment in aanmerking komt de keuze krijgen tussen een werknemersaanstelling en een status als promotiestudent;
  • vooraf niet alleen op landelijk, maar ook op lokaal niveau vastgelegd wordt wat het maximale aantal promotiestudenten ten opzichte van werknemerspromovendi zal zijn;
  • promotiestudenten, net als werknemerspromovendi, de mogelijkheid krijgen om onderwijservaring op te doen;
  • promotiestudenten een vergoeding krijgen die in verhouding staat tot het salaris van werknemerspromovendi, zodat zij qua beloning niet voor hen onder doen;
  • er voor het experiment duidelijke, vooraf vastgestelde doelen en succescriteria betreffende zaken als de promotieduur, het promotierendement, de ervaren kwaliteit van begeleiding, de positie op de arbeidsmarkt na het promoveren en de wetenschappelijke output worden geformuleerd;
  • er twee jaar na de start van het experiment tussentijds wordt geëvalueerd.

Alleen als het experiment op deze wijze wordt uitgevoerd, is er sprake van een eerlijke en objectieve beoordeling van de wenselijkheid van een bursalenstelsel in Nederland.

Het overzicht met de achtergronden en het standpunt van het PNN kan gedownload worden via deze link: http://www.hetpnn.nl/files/Standpunt-PNN-promotiestudenten-Dec-2013.pdf

 

Advertisements

Tweeduizend handtekeningen tegen degradatie promovendus tot student

Er staan meer dan tweeduizend namen onder een petitie tegen het bursalenstelsel. De ondertekenaars willen dat promovendi werknemers blijven en niet tot studenten worden gedegradeerd.

Hahn

—-
Van advalvas.vu.nl
—-logo Advalvas—-
Advalvas is het onafhankelijk platform van de Vrije Universiteit Amsterdam.
————————————

Volgens de Leidse Actiegroep Promotiestudent zou het een zware slag voor de Nederlandse wetenschap zijn als promovendi niet langer een salaris krijgen, maar een studiebeurs. “Promovendi worden hier voor vol aangezien, en dat trekt talent van over de hele wereld aan. Waarom zou je dat veranderen?”, aldus initiatiefnemer Linda Bleijenberg, promovendus aan de Universiteit Leiden.

Experimenteren met promotiestudenten

Sommige universiteiten geven de voorkeur aan goedkope promotiestudenten met een studiebeurs boven dure werknemer-promovendi met een salaris, sociale premies en loonbelasting. Maar tot voor kort floot de rechter universiteiten terug die promovendi als studenten aanstelden. Het kabinet van VVD en PvdA wilde de promotiestudent aanvankelijk mogelijk maken, maar zag daar vanaf na kritiek van de Raad van State. Minister Bussemaker wil eerst experimenteren met promotiestudenten.

Paper met voorstellen

Het Promovendi Netwerk Nederland, dat de petitie van de Leidse actiegroep steunt, verzet zich niet tegen dit experiment, maar plaatst er wel kanttekeningen bij. “Als we gaan experimenteren, dan moeten we dat op een verantwoorde wijze doen”, zegt voorzitter Patrick Tuijp. “Er is alleen sprake van een experiment als er doelen en succescriteria worden geformuleerd. Anders kun je niet objectief bepalen of het experiment geslaagd is.”Vandaag heeft het PNN een paper verspreid met voorstellen. Promovendi die voor het experiment in aanmerking komen, zouden de keuze moeten krijgen tussen een werknemersaanstelling en een status als promotiestudent. Promotiestudenten zouden bovendien een vergoeding moeten krijgen die in verhouding staat tot het salaris van werknemerpromovendi, zodat ze “qua beloning niet voor hen onderdoen”.

Dit bericht werd gepubliceerd op de website van Advalvas, op 2 december 2013

Debate on bursary system at LUMC PhD day

On Friday 25th October the VAO (Vereniging Arts Onderzoekers) organized a PhD day at the LUMC, which was concluded with a debate on the introduction of a bursary system to the PhD system in the Netherlands. The result: a landslide NO to the bursary system from the PhD candidates present. Gareth O’Neill, representing PhDoc in the debate, reports.

Around 240 PhDs from the LUMC (Leiden University Medical Center) had attended various lectures and workshops on PhD-related skills and topics throughout the day, before the open debate kicked off. Its topic: the benefits and disadvantages of the bursary system. Contrasting with the current Dutch PhD system, which views PhDs as employees of the university who receive a legal salary and associated benefits (such as holiday pay, sick leave, pension contribution, unemployement benefit, training courses, and conference visits), the bursary system essentially involves PhDs being viewed as students of the university who do not receive a salary and (some) associated benefits, but only a grant (which may be subject to government tax), and who may be subject to university tuition fees (which may be waived).

—-
By Gareth O’Neill
—-Gareth-o-Neill-bw—-
Gareth O’Neill is doing a PhD in linguistics. Since September 2013 he has a seat in the Faculty Council of the Humanities Faculty.
————————————

The bursary system was first briefly explained by the debate chairman Michel Ferrari (professor of neurology at the LUMC) and then the two main propositions were put forward:

1) the introduction of the bursary system will lead to less regular PhDs and thus to a loss of talent;

2) the quality of the research will worsen (partially as a result of the absence of employment rights, courses, conference visits, and cooperation).

The PhDs present were then asked to electronically vote on the introduction of the bursary system before the debate started: 8% were in favour; 75% were against; 17% did not know. After a brief introduction the panel of discussants set forth the debate: Curtis Barrett (director of English Editing Solutions) in favour of the bursary system; Victor de Graaff (representative of Promovendi Netwerk Nederland) against the bursary system; Lou de Leij (dean at the University of Groningen) in favour of the bursary system; Frits Koning (professor of immunology at the LUMC) against the bursary system; Gareth O’Neill (PhD at the Leiden University Centre for Linguistics and representative of PhDoc) against the bursary system.

Right from the start it was clear that de Leij and Barrett were going to have a difficult time with the audience of PhDs. De Leij argued for the bursary system as a flexible and more cost-effective addition to the current PhD system, that there was no difference between the two types of PhD in terms of income and benefits, and that the quality of PhD research and of the PhD dissertation was the same. Barrett argued for a total replacement of the current PhD system with the bursary system as this system worked well in the United States and he personally considered it a better system.

The arguments against the bursary system however seemed to dominate. I argued in turn that there were in fact differences in both income and benefits, that the current PhD system had been a phenomenal success in the Netherlands and had boosted the level of academic education and research as well as the international recognition of Dutch universities, and that the bursary system would ultimately lead to a loss of academic talent and a decline in the level and recognition of Dutch universities.

De Graaff similarly argued that there were clear differences in terms of income and benefits as well as in the treatment of the two types of PhDs, that the bursary system would be detrimental to education and research in the Netherlands, and that the Netherlands did not need to introduce the bursary system simply because the United States had such a system. Koning finally argued that the current PhD system had worked extremely well and that the bursary system offered no advantages or improvements on the current PhD system.

The audience reacted strongly against De Leij and Barrett and could not understand what benefits the bursary system offered over the current PhD system and why PhDs in the Netherlands would want to adopt such a system. As each discussant briefly summed up their final standpoint Barrett’s words of advice rang through the room: “Keep an Open Mind”. After the final electronic vote it was clear however that the audience did not want to keep an open mind, but were even more firmly decided upon the issue than before the debate started: 7% were in favour; 88% were against; and only 5% did not know.

Watching and listening to the audience file out of the room towards the celebratory end-of-day drinks there was no doubt that if it were up to the PhDs of the LUMC, the bursary system would have no place in the Dutch PhD system.

Universiteiten besparen geld door promovendi aan te stellen als student

promovendi-zijn-boos

—-
Van nrccarriere.nl
—-logo.nrcnl.nieuws.home————————————

Tot nu toe waren promovendi doorgaans in dienst van de universiteit. Die status komt in gevaar door een experiment met het zogenaamde bursalenstelsel waarbij promovendi een status als student krijgen en een beurs ontvangen. Nijmeegse promovendi voeren actie voor hun collega’s.

Leidse promovendi zijn een petitie gestart tegen het experiment van het ministerie van onderwijs. Ze zien het niet als een experiment maar als een ‘gewiekste manier’ om het bursalenstelsel in te voeren. Een van de initiatiefnemers van de petitie, Jelmer Renema, zegt tegen het Promovendi Netwerk Nederland:“De uitkomst staat al van te voren vast. Promotiestudenten zullen goedkoper lijken, maar in werkelijkheid ondergraaft dit stelsel het wetenschappelijke klimaat waar Nederland om geroemd wordt.”

Promovendi vrezen achterstand door nieuwe regel

Een bursaal kost twee keer minder dan een gewone promovendus. Meer bursalen zou kunnen leiden tot meer promovendi per begeleider en dus ook mindere begeleiding, vrezen de promovendi. Daarnaast genieten promovendi als bijzonder student geen pensioenopbouw, ouderschapsverlof of andere sociale rechten. Ze komen daarmee op verdere achterstand van werkende leeftijdsgenoten, vrezen ze.

Het experiment gaat in februari van start. Op de Radboud Universiteit in Nijmegen wordt niet meegedaan aan het experiment, maar willen de promovendi toch hun steun betuigen aan de collega’s op universiteiten waar dat wel wordt ingevoerd. Maastricht, Groningen en Amsterdam (VU en UvA) juichen het bursalenstelsel toe. Nijmegen, Twente en Wageningen hebben bezwaren.

Ook de Raad van State is tegen het stelsel.

Dit bericht, gepubliceerd op 22 oktober 2013, is overgenomen van de website van het NRC.

Promovendi: ‘Stop experiment bursalen’

Meerdere universiteiten gaan begin volgend jaar van start met een experiment om promovendi aan te stellen als student. Nijmeegse promovendi springen in de bres voor hun collega’s. ‘Als dit experiment eenmaal loopt, valt het bursalenstelsel niet meer tegen te houden.’

Het is een inkoppertje voor de boekhouders van de universiteiten: een promovendus aangesteld als ‘bursaal’ kost twee keer minder dan de nu aangestelde promovendus, die als volwaardig werknemer alle rechten en plichten geniet die horen bij een ‘echte’ baan. Den Haag gaf vorig jaar het groene licht aan een experiment dat universiteiten de mogelijkheid biedt promovendi aan te stellen als veredelde student. Het Promovendi Overleg Nijmegen vraagt aandacht voor de petitie om het stelsel alsnog van tafel te krijgen.

—-
Van voxweb.nl
—-logo PNN————————————

Voor de Nijmeegse promovendi is de aanklacht een daad van solidariteit met de landelijke collega’s. Want zelf lopen ze geen risico. De Radboud Universiteit heeft inmiddels aangegeven niks te zien in zo’n bursalenstelsel. Nijmegen doet dan ook niet mee aan het experiment, in tegenstelling tot andere instellingen die vanaf februari bursalen kunnen aanstellen. Gemikt wordt op jaarlijks honderd bursalen per universiteit.

Inmiddels zijn via de landelijke petitie 1.300 handtekeningen verzameld, en dat aantal moet omhoog, vindt Laura Visser, promovendus bij de faculteit managementwetenschappen. ‘Onze angst is dat als het experiment eenmaal loopt, het hek van de dam is. Wij zien het als een gewiekste manier om het bursalenstelsel  uiteindelijk in te voeren. Daarom moeten we ons er nú tegen keren.’ Visser vindt dat de koerswijziging nog te weinig bekend is, ‘terwijl dit een belangrijke zaak is voor toekomstige promovendi en hun begeleiders’.

Staat de Nijmeegse universiteit alleen in het afwenden van het bursalenstelsel? De stemming is verdeeld. Universiteiten als Amsterdam, Groningen en Maastricht zien wel wat in bursalen, Wageningen en Twente zijn net als Nijmegen terughoudend. Sharon Ooms, voorzitter van het Nijmeegse promovendi-overleg, wijst op het negatief advies van de Raad van State. ‘Het bursalenstelsel is niet oké. Elke promovendus verdient een volwaardige aanstelling.’

Dit bericht, gepubliceerd op 22 oktober 2013, is overgenomen van Voxweb, de digitale versie van het onafhankelijk magazine van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Petitie tegen ‘Experiment promotiestudent’

PhDoc is onlangs benaderd door een aantal Leidse promovendi om mee te werken aan een petitie tegen het ‘Experiment promotiestudent’. Dat doen we natuurlijk graag! Je kunt de petitie hier tekenen. Zie hieronder de volledige tekst. De actiegroep heeft ook een website.

Wat is er aan de hand?

De minister van onderwijs wil de arbeidsvoorwaarden van promovendi op de schop nemen. Het plan is om een Algemene Maatregel van Bestuur door te voeren,  zodat universiteiten promovendi kunnen aanstellen die geen werknemer zijn. Zij hebben bijvoorbeeld geen recht op pensioen of bescherming onder de CAO. Deze promovendi zullen leven van alleen een beurs.

lab-rats1

Waarom is dit slecht?

Nederlandse universiteiten maken deel uit van de academische wereldtop. Nederland is ook een van de weinige landen waar promovendi werknemers zijn van de universiteit. Onderzoek is een kerntaak van de universiteit, en een groot deel van het Nederlandse onderzoek wordt uitgevoerd door promovendi. Daarmee dragen promovendi, anders dan studenten, bij aan de primaire activiteiten van de universiteit: zij delen in de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze kerntaak, en worden als zodanig vergoed. Deze arbeidsrelatie ligt aan de kern van het succes van de Nederlandse academie.

Bij gevolg behoren Nederlandse promovendi wetenschappelijk gezien tot de meest productieve, en Nederlandse universiteiten trekken talent aan van over de hele wereld. Als de overheid de vooraanstaande en volwaardige positie van haar toekomstige wetenschappers wil behouden, dan is het niet verstandig het huidige systeem te ondergraven.

Maar het is alleen een experiment!

De VSNU, de vereniging van universiteiten, is al jaren aan het lobbyen voor invoering van het bursalenstelsel (zie ook dit artikel). Dit is geen experiment. Wat wordt er precies onderzocht? Nergens wordt gedegen beschreven hoe het experiment uitgevoerd zal worden, welke aspecten men zal bestuderen of hoe de resultaten geïnterpreteerd zullen worden. Buiten de kostenbesparing die het stelsel de universiteiten en de overheid zal opleveren, is niemand geïnteresseerd in de uitkomsten.

Wij voorzien echter een drietal negatieve gevolgen. Ten eerste: als promovendi goedkoper worden voor de universiteit, dan zullen er meer promovendi aangesteld worden per begeleider. Hierdoor zal de kwaliteit van begeleiding dalen, waar de output en toekomstige mogelijkheden van de promovendus onder lijden.

In de tweede plaats zal het contrast tussen de omstandigheden van promovendi en die van leeftijdsgenoten stijgen. Afgestudeerden met een master titel draaien volwaardig (dus niet als student) mee in het bedrijfsleven, waardoor hun carrièremogelijkheden groeien. Waar in het Angelsaksische systeem een PhD de baankansen vergroot, is een PhD in de Nederlandse niet-academische wereld eerder een minpunt. Als promovendi ook nog rechten op bijvoorbeeld doorbetaald ouderschapsverlof -relevant in deze levensfase – , pensioenopbouw en wachtgelduitkering moeten missen, zal wetenschappelijk talent een lucratieve baan elders prefereren.

Tenslotte creëert het binnen de universiteiten een gevoel van onrechtvaardigheid onder de promovendi . Zij doen hetzelfde werk, maar tegen verschillende vergoedingen, en met een verschillend niveau van wetenschappelijk aanzien. Hierdoor worden extra verwachtingen gecreëerd voor mensen met een arbeidscontract, terwijl promovendi met een beurs ongeacht hun werkelijke niveau als tweederangs gezien zullen worden.

Waarom heeft de overheid die nadelen zelf niet gezien?

Een stelsel met studentpromovendi is binnen het Angelsaksische opleidingssysteem gebruikelijk. Dat wil echter niet zeggen dat het automatisch leidt tot een hoog wetenschappelijk niveau. In Nederland breekt het bursalenstelsel de waarden af die ons sterk maken. Als de overheid in de top vijf van kennislanden wil blijven en wetenschappelijk talent, met name in de bètawetenschappen, wil behouden, dan is invoering van het bursalenstelsel niet het juiste antwoord. Dit was ook de conclusie van de Raad van State in November 2012, in een advies over de plannen.

Het welzijn van de universiteit is een zorg van alle promovendi. We willen dat de universitaire bul niet aan waarde verliest. We willen dat de volgende generatie met enthousiaste ambitie en in gezonde arbeidsomstandigheden aan de slag kan.

Wat kan ik doen?

Ten eerste, teken de petitie! Vertel je vrienden, collega’s, studenten, en begeleiders hier over. Lees over de achtergronden van het experiment, en over onze bezwaren, op deze website. Deel de link naar de petitie via mail, facebook en twitter. Als je meer informatie wilt, zijn wij te bereiken via promotiestudent@yahoo.com.

De 126e overlegvergadering, 26-8-2013

Met het zomerreces alweer achter de rug hadden UR en CvB genoeg te bespreken. Deze keer op de agenda: de tweede ronde in de discussie over Leidse deelname aan een experiment promotiestudent, het nieuwe diversiteitsbeleid, de gemeenschappelijke regeling voor de Honours Academy, het beoordelingssysteem voor Campus Den Haag, en niet te vergeten: elektrische onderduikers!

Promotiestudent : some are more equal than others

Voor het eerst op de agenda in de vorige overlegvergadering, lijkt dit dossier voorbestemd om de komende tijd vaker ter tafel te komen. Het wachten is op de Algemene Maatregel van Bestuur die het experiment groen licht geeft: pas dan zullen de details uitgewerkt worden. De Raad was niettemin kritisch. Joost Augusteijn van Abvakabo vroeg het CvB uit te leggen wat nu eigenlijk het verschil is tussen promotiestudenten en AIO’s, buiten de kostenbesparing voor de Universiteit. Vice-rector Simone Buitendijk benadrukte dat inderdaad de rechtspositie het enige verschil is, en dat zij het ‘ontzettend belangrijk’ vindt dat promovendi in de dagelijkse praktijk geen verschil merken (zoals ook bleek uit de brief waarin ze de Raad informeerde over het plan).

—-
Door Linda Bleijenberg
—-Linda Bleijenberg—-
Linda Bleijenberg zit namens PhDoc in de Universiteitsraad. Via deze blog doet ze regelmatig verslag van wat er aan de vergadertafel besproken wordt, en van de actie die PhDoc voor haar achterban onderneemt.
————————————

Dit leek mij een wat twijfelachtige redenering: dus het is oké om promotiestudenten slechtere contracten te geven, zolang het er op de werkvloer maar niet zo uitziet? Daarnaast is het zoveel mogelijk gelijkstellen van rechten en plichten arbeidsrechtelijk gezien lastig. Door promotiestudenten bijna exact hetzelfde te bieden als AIO’s creëer je omstandigheden die de gemiddelde rechtbank zal interpreteren als een arbeidsrelatie, waar de CAO Nederlandse Universiteiten op van toepassing is.

Abvakabo wilde vervolgens weten wat dan een reden zou kunnen zijn om promovendi een student-traject aan te bieden, als er verder nauwelijks verschil is tussen de trajecten. De Raad drong er ook in een eerder advies al op aan dat de promotiestudent niet de AIO mag vervangen: promovendi die onder het AIO-stelsel kunnen vallen, moeten daar ook onder vallen. Buitendijk verwees hiervoor echter naar de faculteiten. Zij zien in de promotiestudent ruimte om meer promovendi aan te nemen, en zij zullen bepalen wie ze in het student-traject plaatsen.

Diversiteitsbeleid: sociale rechtvaardigheid vs. prestatie-afspraken

Het contrast met het volgende punt op de agenda, diversiteitsbeleid, was ietwat ironisch. Volgens de memo van de Werkgroep Diversiteit is dit beleid gericht op ‘het bieden van mogelijkheden aan alle studenten en medewerkers zich optimaal te ontplooien … de universiteit wil attractief en stimulerend zijn voor een zo breed mogelijke waaier van talent’. Maar ook hier weer een merkwaardige spanning tussen ethische en strategische overwegingen, tussen wat precies het doel van het beleid is en wat de middelen. ‘Goed diversiteitsbeleid is al lang niet meer een kwestie van sociale rechtvaardigheid, maar draagt ook bij aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek.’ De memo lijkt het vooral interessant te vinden dat diversiteit excellentie bevordert, studiesucces vergroot, nieuwe doelgroepen binnenhaalt, de universiteit helpt ‘zich te ontwikkelen tot een topinstituut’, en daarmee haar ‘concurrentiepositie versterkt’. Oh ja, en de universiteit kan op deze wijze ook nog ‘invulling geven aan haar maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Stuk voor stuk overwegingen die rechtstreeks op de prestatie-afspraken van 2012 gebaseerd lijken.

Waarom moet de Diversity officer een hoogleraar zijn?

In de commissievergadering waarin dit dossier besproken werd ging het vooral over de functie van Diversity officer. De werkgroep stelt dat dat een hoogleraar moet zijn, omdat alleen zo de status en autoriteit tegenover de academische staf gewaarborgd is. De mentaliteitsverandering moet namelijk vooral plaatsvinden bij de mensen in hogere functies, en die zouden beter luisteren naar een  collega prof dan naar een beleidsmedewerker. Waarmee de noodzaak van diversiteitsbeleid inderdaad pijnlijk duidelijk wordt …

Tijdens de rondvraag kwam de Diversity officer nogmaals ter sprake, toen Abvakabo het CvB erop attendeerde dat er de laatste tijd regelmatig nieuwe functies gecreëerd worden die niet direct met onderwijs en onderzoek te maken hebben, maar niettemin door wetenschappelijk personeel uitgevoerd worden. ‘Het beroep op de eerste geldstroom door centraal wordt hierdoor verhoogd en taken van personeelsleden worden verzwaard. Beide hebben een negatief effect op tijd en fondsen beschikbaar voor onderwijs en onderzoek.’ Abvakabo vroeg zich bovendien af of het inzetten van WP voor ondersteunende en coördinerende functies tot doel had ‘de schijnbare balans tussen WP en OBP [Ondersteunend personeel] er beter uit te laten zien voor het WP dan die feitelijk is.’

Vice-voorzitter Willem te Beest antwoordde enigszins ontwijkend dat het CvB een prestatieafspraak heeft gemaakt wat betreft het percentage overhead: meer WP of additionele taken voor WP betekent de noodzaak tot versterking van het OBP, maar verandert de verhouding WP-OBP niet. Daarnaast gaf hij aan dat er een verschil is in faculteiten: sommige zetten WP in voor bepaalde functies, andere kiezen voor OBP.

Waterkokers achter de boeken

De discussie laaide op toen we bij het jaarrapport van de afdeling Veiligheid, Gezondheid en Milieu belandden. Over de wenselijkheid kolven en bidden te combineren in één ruimte (houd de komende Mare in de gaten voor de reactie van Carel Stolker!), maar vooral over het houden van brandgevaarlijke apparaten door personeel op hun kantoren. Dit is een doorn in het oog van VGM, met het lot van de faculteit Bouwkunde in Delft als afschrikwekkend voorbeeld. In Delft hebben ze inmiddels uit voorzorg een collectieve verzekering voor dit soort incidenten afgesloten, maar in Leiden geven VGM en CvB de voorkeur aan een verbod. De Raad vond dit niet erg realistisch, en adviseerde over te stappen op regelmatige inspecties. Dit om te voorkomen dat ‘professoren hun waterkoker in hun boekenkast gaan verstoppen voor het geval er een controleur langskomt, wat het brandgevaar natuurlijk significant verhoogd.’ Waargebeurd, volgens collega-raadslid Marc Newsome!

Campus Den Haag: € 30.000,-  om GPA-systeem in te kunnen voeren

Tijdens het agendapunt mededelingen bogen Raad en CvB zich opnieuw over de Cum Laude regeling van het Leiden University College in Den Haag. Eerder dit jaar had de Raad het CvB erop gewezen dat het LUC bij een 6,5 gemiddeld al Cum Laude gaf, waarop de regeling aangepast werd. Maar nog steeds niet ver genoeg, volgens de Raad. Ook de nieuwe regeling stevent af op een zeer groot percentage Cum Laudes (zo’n 27 %), vergeleken met de andere Leidse opleidingen (2 %). Vice-rector Buitendijk vond dat niet onredelijk: het referentiepunt van het LUC is niet de Universiteit Leiden, maar andere University Colleges in binnen- en buitenland. Aansluiting bij hun becijferingspraktijk zou het perspectief op een vervolgstudie bij een internationale instelling faciliteren.

Er bleek nog wel een financieel addertje onder het gras te zitten. In de conclusies van de CvB-vergadering van 18 juni werd vermeld dat aan het aanpassen van uSis om het GPA-systeem (Grade Point Average, oftewel beoordeling op een schaal van A tot E) mogelijk te maken een prijskaartje van € 30.000,- hangt. Op de vraag van de Raad of het LUC dat uit eigen middelen betaalt antwoordde het CvB negatief: zij vindt het volstrekt gerechtvaardigd dat de hele universiteit meebetaalt aan de wens van een enkele faculteit aansluiting te vinden bij een Amerikaans cijfersysteem. Ook de afspraak om niet nog meer geld in het zwarte gat dat uSis heet te gooien lijkt niet langer relevant.